Een saaiere titel voor een artikel is bijna niet te bedenken. Toch gaat er achter de titel heel veel schuil, heel veel wat heel veel mensen aangaat. In de dagelijkse praktijk blijkt dat deze kennis niet tot nauwelijks aanwezig is. En hoe kan je dan goed je vermogen plannen? Welke vragen stel je dan als cliënt? En wat moet een belastingadviseur dan allemaal doen?
Kortom, tijd om de draad weer eens op te pakken en deze materie grondig te omschrijven. Zie het als een naslag, een leidraad of een last waar je soms toch wat mee moet. Wordt het lang? Ja. Wordt het saai? Ongetwijfeld. Is het van belang? ZEKER
Start Box 3 – wat is het?
Box 3 is de box waarin je vermogen wordt belast. Alles wat niet in Box 1 (werk en woning) en Box 2 (BV eigenaar) is belast, komt terecht in Box 3. De Box 3 omvat dus veel. Alleen als het duidelijk gaat om consumptieve bezittingen zoals een auto, boot of een fiets valt de bezitting erbuiten. Ook het schilderij aan de muur boven de bank valt buiten het bereik van Box 3.
Belastingheffing Box 3
De belastingheffing in Box 3 kent een roerige geschiedenis. Ooit is het in het belastingplan in 2001 gekomen toen de makers van de wet op een terras zaten en besloten dat het meest makkelijk was dat iedereen 4% rendement maakt en daarover 30% belasting moet afdragen. Lekker simpel en iedereen weet waar hij/zij aan toe is. Zogezegd, zo gedaan.
In de loop van de tijd kwamen er belastingplichtigen (helaas zeggen wij, maar ja wie zijn wij) die dit systeem toch wel heel oneerlijk vonden. Want ja, de rente op de bank gaf geen 4%. En daarmee ontstonden de eerste rechtszaken en ging de wetgever aan de haal met het systeem. En zoals de wetgever het betaamt, dat is nooit in het voordeel van de belastingplichtige. Wanneer leert men dat nou eens …
Lang verhaal kort, we zitten nu al jaren in de problemen en met wetgeving waarvan niemand meer precies weet hoe het zit. Laat staan onze vertegenwoordigers in de Tweede en Eerste Kamer.
Anno 2026
In 2026 hebben we te maken met een tarief van 36% (yep, 6% hoger). Per persoon heb je een vrijstelling van € 59.537. Ben je fiscaal partner, mooi dan mag je deze vrijstelling keer twee doen.
Heb je spaargeld? Dan is je fictief rendement 1,28%. Heb je aandelen? Dan heb je een fictief rendement van 6%. Over dit fictief rendement betaal je het tarief van 36%. Dus kortom, heb je € 100.000 aandelen op 1-1-2026, dan is je rendement € 6.000 en daarover betaal je € 2.160 belasting. Ik abstraheer even van vrijstellingen. Op je totale omvang is dat een jaarlijkse heffing van 2,16%. Als je belegt is dat een aardige deuk in je jaarlijkse rendement. Zeker als je ervan uitgaat dat de meeste beleggers misschien 2% per jaar halen. Dan is de belastingheffing dus bijna 100%.
Dat is toch niet eerlijk?
Nope. Dat zei de rechter ook. Dus wat doet dan een goedbedoelend statenlid? Die gaan een aangepast stelsel bedenken. En dan kom je uit op heffing naar werkelijk rendement. Mooi! Althans dat zou je zeggen. Maar wat houdt dat eigenlijk in? Voor de bühne klinkt het prima, heffen naar werkelijk rendement. Zelf heb ik daar ook geen enkel probleem mee.
Maar de praktijk van belastingheffing is veel lastiger dan een simpel excel model. En zeker als je nog nooit de werkkamer van het ministerie hebt verlaten, dan klinkt het prachtig.
Om het werkelijk rendement te kunnen bepalen per jaar, moet je bijvoorbeeld een vermogensvergelijking maken per aandelenportefeuille of crypto portefeuille. Dit betekent dat je precies moet weten hoeveel je stort, onttrekt en wat je aan rente en dividend ontvangt. En deze berekening moet je dan kunnen maken. Ik kan vertellen dat menig belastingadviseur hier afhaakt. Laat staan dat veel aanbieders nog helemaal niet deze systematiek hanteren in de rapportages. Dus daar ben je mooi klaar mee.
En dan komt het mooie, als je kiest voor belasting over werkelijk rendement, dan moet je alle vermogensbestanddelen meenemen en bepalen wat het werkelijk rendement was. Heb je een tweede woning? Mooi, neem de waardestijging dan ook even mee. Dus de stijging van de WOZ op 1-1 naar 31-12. En daarbij, de huur moet je niet vergeten. En verhuur je niet? Dan ben je nog niet klaar, dan gooien we er gewoon weer een forfait in. Inmiddels zitten we al eind april 2026 en blijkt dat 99% van de aangiften over 2025 beter voor het forfait kunnen opteren dan voor het werkelijk rendement. Waarom? Omdat belastingheffing over werkelijk rendement veel te duur is. En voor 2026 vrees ik hetzelfde.
Onroerend goed Box 3
Een leuk zakcentje voor later dat was het advies vroeger. Koop je stenen? Dan heb je altijd wat te verdienen. De jaarlijkse huur is prima en de waardestijging ooit, komt ook wel. Dus prima opbouw van vermogen.
Vergeet het maar. Voor de vakantiewoning geldt dat dit valt onder overige bezittingen. Lees, je wordt geacht hetzelfde rendement op je vakantiewoning te maken als op je aandelen dus voor 2026 is dit 6%. Let wel, de meeste vakantiewoningen halen dit bruto rendement nooit. En dan hebben we het nog niet eens over de kosten die je als bezitter voor de kiezen krijgt.
Dan opteer je toch voor heffing over werkelijk rendement? Logische gedachte. Vanaf 2026 geldt dat de opbrengst van een vakantiewoning wordt bepaald aan de hand van economische huurwaarde. Dit is de huur die je had kunnen krijgen bij verhuur. De huurwaarde is 5,06% van de WOZ-waarde, tenzij je zelf met een beter standpunt kunt komen. Praktisch onmogelijk voor de normale belastingplichtige. En vergeet niet in de waan van de dag dat je de waardestijging van de WOZ ook even meeneemt. Je werkelijk rendement bestaat uit twee componenten: de huuropbrengst (al dan niet fictief) en de waardestijging per jaar.
En kosten aftrek? Daar doen we even niet aan. Veel te moeilijk. Tot zover het begrip “werkelijk” rendement.
Conclusie: reken er maar op dat het werkelijk rendement geen enkele oplossing biedt hier om de belastingdruk in Box 3 te verminderen in 2026. Zeker niet als de WOZ stijgt en je aandelen een goed jaar doormaken. Dan is het oude forfait voor 2026 ook gewoon weer voordeliger. Tot zover het nut van werkelijk rendement …..
Dagen theorie vakantiewoning
Dan heeft de wetgever nog wat anders leuks in petto voor eigenaren van vakantiewoningen. Als je de vakantiewoning wel verhuurt, dan nog moet je over de dagen dat de vakantiewoning jou ter beschikking staat een 5,06% bijtelling doen.
De Belastingdienst site vermeldt dit voorbeeld:
In 2026 verhuurt u uw vakantiewoning in Zeeland van 1 juni tot en met 30 september. De rest van het jaar (243 dagen) kunt u de vakantiewoning zelf gebruiken. U kiest voor het vaste percentage van 5,06% van de WOZ-waarde. De WOZ-waarde van uw 2e woning is € 237.000. 5,06% van de WOZ-waarde is € 11.992.
De bijtelling eigen gebruik is dan: € 11.992 x het aantal dagen per jaar dat u de woning kunt gebruiken (243/365) = € 7.983.
Ben je aan het verbouwen? Dan staat de vakantiewoning je niet ter beschikking. Dus bijhouden maar weer. De grote vraag is dus hier weer, wat is het “ter beschikking staan” precies?
Je moet dus effe een administratie erbij voeren. Ook hier geldt dat de wet en de praktijk flink verschillen. De beoordeling van contracten met de verhuurorganisatie, de daadwerkelijke verhuur opbrengst en de berekening wel/niet werkelijk rendement kan zo een aardige exercitie worden. Zeker als dit ieder jaar moet gebeuren.
Ik hoop dat je belastingadviseur de juiste kennis heeft en er tijd voor heeft ….. (en als dat al zo is, dat de uitkomst gunstig is en de kosten voor het uitzoeken niet het verschil in heffingen opvreet).
Spoorboekje voor wie het spoor bijster is ….
Om de juiste afwegingen te kunnen volgen, heb je dus twee routes die je moet afwegen als belastingplichtige.
- Wat is mijn belastingheffing over mijn vermogen in 2026 als ik het forfait volg?
- spaargeld: 1,28%,
- aandelen en overige bezittingen: 6%,
- heffingsvrij vermogen
- 36% tarief
- Peildatum: 01-01-2026
- Wat is mijn belastingheffing in 2026 over mijn vermogen als ik heffing over “werkelijk” rendement toepas?
- Daadwerkelijk rendement bepalen, dus vermogensvergelijkingen maken per vermogensobject
- Per tweede, derde, vierde etc woning bepalen welk regime geldt en hoe je daar het “werkelijk” rendement van gaat bepalen
- Heffingsvrij inkomen (zeer laag in vergelijking met heffingsvrij vermogen)
- 36% tarief
- Peildatum: hele jaar
- Wat is voordelig?
Bezwaren tegen de regeling
Zijn er bezwaren tegen de nieuwe regeling? Ja, legio. Daar waar forfaits uit den boze waren aldus de bezwaarmakers en de rechters uit het verleden, zet de wetgever deze weer rustig in. Daarnaast is er heel veel af te dingen op de wijze waarop het werkelijk rendement wordt bepaald. Hoe kan het dat de kosten buiten beschouwing moeten blijven? Ik weet dat er veel economen zijn die daar van alles van vinden. Prima. Maar ik kan het mijn cliënten niet uitleggen waarom ik wel de opbrengsten en niet de kosten moet meenemen. Degene die de noodzaak voelen om hierover van alles te gaan melden, geen interesse om hier een discussie over rechtvaardigheid over te gaan voeren. De regeling is gewoon idioot, te complex en staat buiten de dagelijkse werkelijkheid van de normale belastingplichtige. En dat kan nooit de bedoeling zijn van belastingheffing. De ervaring leert dat belastingplichtigen best wel belasting willen betalen, maar het moet wel uitlegbaar zijn en de lijn van heffing moet betrouwbaar zijn. En die gedachtegang is vergeten door onze leden van de Kamers van de Staten-Generaal.
Dus heb je vermogen en betaal je belasting? Dan is het des te belangrijker om een vermogensplan op te gaan stellen en te kijken waar de kansen en met name de bedreigingen liggen voor jouw belastingheffing. En dan kun je kijken wat je wilt, ga je “vechten” tegen de belastingheffing via bezwaar en beroep of kun je op een andere wijze je vermogensopbouw gaan vormgeven. En uiteindelijk is dat waar een wetgever om vraagt als het met dit soort regelingen komt. En oh ja, belastingontwijking is niet illegaal. En nu zelfs noodzaak om nog enigszins wat vermogen te kunnen behouden.